Hoogte van de vrijstelling
In 2026 ligt de vrijstelling voor een kind op 25.000 EUR. Dat geldt per kind en per overlijden. Erft het kind van beide ouders na elkaar, dan geldt de vrijstelling twee keer.
Voor een gehandicapt kind dat blijvend onmachtig is om in eigen onderhoud te voorzien geldt een extra vrijstelling van ongeveer 75.000 EUR bovenop de standaardvrijstelling.
Wie telt als kind?
- biologische kinderen;
- adoptiekinderen (volledig gelijkgesteld);
- stiefkinderen, indien de overledene gehuwd was met of geregistreerd partner was van de andere ouder;
- pleegkinderen die de overledene jarenlang opvoedde, mits aan voorwaarden voldaan.
Een schoondochter of schoonzoon telt niet als kind. Erft die direct, dan valt het onder groep 2 met tarieven van 30 of 40 procent en slechts 2.500 EUR vrijstelling.
Rekenvoorbeeld
Een ouder overlijdt en laat 200.000 EUR na, te verdelen over twee kinderen.
- Erfdeel per kind: 100.000 EUR
- Vrijstelling: 25.000 EUR
- Belastbare verkrijging: 75.000 EUR
- Erfbelasting (10 % schijf 1): 7.500 EUR per kind
Beide kinderen ontvangen netto 92.500 EUR.
De wettelijke verdeling: kind betaalt direct, krijgt later
Geldt de wettelijke verdeling, dan krijgt de partner het volledige vermogen toegewezen en hebben de kinderen alleen een niet-opeisbare vordering. De erfbelasting van de kinderen moet wél direct worden betaald, ook al zien zij het geld pas later.
Veel partners schieten de erfbelasting van de kinderen voor. Dat creëert een schuld van de partner aan de kinderen, die mee verrekend wordt bij het tweede overlijden.
Tip: kijk naar schenkingen
Een ouder mag jaarlijks een vrijgesteld bedrag schenken aan een kind (rond 6.700 EUR in 2026), naast eenmalige verhoogde schenkingen tot ongeveer 32.000 EUR voor specifieke doelen. Wie tijdens leven schenkt, gebruikt vrijstellingen die anders onbenut blijven. Schenkbelasting versus erfbelasting.