In Nederland regelt Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek wat er gebeurt als iemand overlijdt zonder testament. Het systeem heet wettelijke verdeling (artikel 4:13 BW) en bestaat sinds 1 januari 2003. Het doel is de positie van de langstlevende echtgenoot of geregistreerd partner te beschermen, zodat die niet gedwongen wordt om bezittingen te verkopen om de kinderen uit te betalen.
Wie zijn de wettelijke erfgenamen?
De wet werkt in vier groepen, in volgorde van voorrang. Als er iemand uit groep 1 is, komt groep 2 niet aan bod, enzovoort.
| Groep | Wie | Aandeel |
|---|---|---|
| Groep 1 | Echtgenoot, geregistreerd partner, kinderen (en hun afstammelingen via plaatsvervulling) | Ieder gelijk deel |
| Groep 2 | Ouders, broers, zussen (en hun afstammelingen) | Ouders minimaal 1/4, rest verdeeld |
| Groep 3 | Grootouders en hun afstammelingen | Per staak verdeeld |
| Groep 4 | Overgrootouders en hun afstammelingen | Per staak verdeeld |
Belangrijk: een samenwoner zonder geregistreerd partnerschap of testament erft van rechtswege niets. Dat is een veelvoorkomende valkuil. Wie samenwoont en wil dat de partner erft moet een samenlevingscontract met verblijvingsbeding maken of een testament opstellen.
Hoe werkt de wettelijke verdeling concreet?
Stel: vader overlijdt zonder testament. Hij laat een echtgenote en twee kinderen na. Het vermogen bedraagt 400.000 euro (woning 300.000 euro + spaargeld 100.000 euro).
Onder de wettelijke verdeling:
- Iedere erfgenaam krijgt op papier een gelijk deel: 400.000 / 3 = 133.333 euro per persoon.
- Maar de echtgenote krijgt alle goederen toebedeeld: zij wordt eigenaar van de woning en het spaargeld.
- De kinderen krijgen een geldvordering op moeder van 133.333 euro elk.
- Die vordering is niet opeisbaar zolang moeder nog leeft. Pas bij haar overlijden (of bij faillissement, of bij hertrouwen zonder huwelijkse voorwaarden) komt het bedrag vrij.
Hierdoor kan de langstlevende ouder gewoon in het huis blijven wonen zonder de kinderen uit te kopen.
Rente op de vordering van de kinderen
De vordering van de kinderen is rentedragend zodra de wettelijke rente boven 6 procent uitkomt. Tot dan loopt er 0 procent rente. Dit is een uitzondering die specifiek voor de wettelijke verdeling geldt en bedoeld is om kinderen op lange termijn te compenseren voor het wachten.
In testamenten kan een afwijkend rentepercentage worden vastgelegd. Sommige notarissen adviseren een rente van 6 procent samengesteld of gelijk aan het rendement om bij het tweede overlijden minder erfbelasting te betalen.
Beneficiair aanvaarden of verwerpen
Ook bij wettelijke verdeling moet elke erfgenaam beslissen of hij of zij zuiver aanvaardt, beneficiair aanvaardt of verwerpt. Vermoedt u schulden? Aanvaard dan altijd beneficiair via een verklaring bij de rechtbank. Anders bent u privé aansprakelijk voor de schulden van de nalatenschap.
Lees meer over beneficiaire aanvaarding of over verwerpen.
Wilsrecht van de kinderen
Kinderen hebben in een aantal situaties een wilsrecht (artikel 4:19 tot 4:22 BW). Dit komt vooral van pas wanneer de langstlevende ouder hertrouwt. De kinderen kunnen dan eisen dat bepaalde goederen aan hen worden overgedragen onder voorbehoud van vruchtgebruik voor de stiefouder. Zo voorkomen ze dat hun erfdeel via de stiefouder verloren gaat.
Vier wilsrechten bestaan:
- artikel 4:19: bij hertrouwen van de langstlevende ouder, voor goederen die uit de oorspronkelijke nalatenschap komen;
- artikel 4:20: bij overlijden van de stiefouder, voor goederen die de stiefouder aan eigen kinderen of partner zou kunnen vermaken;
- artikel 4:21: voor het kind van de eerstoverledene, voor goederen die rechtstreeks van vader komen na het overlijden van moeder;
- artikel 4:22: voor het kind van de langstlevende, vergelijkbaar.
Niet elke notaris bespreekt deze wilsrechten spontaan. Wie een groter samengesteld gezin heeft doet er goed aan ze actief op te vragen.
Ongedaan maken van de wettelijke verdeling
De langstlevende echtgenoot kan binnen drie maanden na het overlijden de wettelijke verdeling ongedaan maken via een notariële akte (artikel 4:18 BW). Dat is zinvol als het voor fiscale of praktische redenen beter is dat de kinderen meteen hun deel krijgen, bijvoorbeeld bij een groot vermogen of bij hoge erfbelasting in de tweede ronde.
Na drie maanden is de wettelijke verdeling definitief.
Plaatsvervulling
Is een kind voor de overledene gestorven? Dan komen de kleinkinderen in zijn of haar plaats (artikel 4:12 BW). Zij krijgen samen het deel dat hun ouder zou hebben gekregen. Dit heet plaatsvervulling en geldt automatisch.
Samenwoners en stiefkinderen
Een belangrijke beperking: stiefkinderen erven niet van rechtswege. Ook een samenwoner zonder geregistreerd partnerschap erft niets. In beide gevallen is een testament noodzakelijk.
Wel kan een samenwoner met een notarieel samenlevingscontract met verblijvingsbeding ervoor zorgen dat bepaalde gemeenschappelijke goederen (zoals de woning) automatisch overgaan op de andere partner. Dat is geen erfenis, maar werkt fiscaal vergelijkbaar (met partnervrijstelling als aan de voorwaarden is voldaan).
Bij geen partner of kinderen
Heeft de overledene geen partner en geen kinderen, dan komt groep 2 aan bod: de ouders en de broers en zussen. De ouders krijgen elk minimaal een kwart, de rest wordt onder de broers en zussen verdeeld. Is een ouder al overleden? Dan vervalt zijn of haar deel naar de broers en zussen.
Voorbeeld: overledene laat moeder en twee broers na. Vader is al overleden. Verdeling: moeder 1/4, twee broers ieder 3/8.
Samenvatting
De wettelijke verdeling is in de meeste eenvoudige Nederlandse gezinnen bevredigend: de partner blijft beschermd, kinderen krijgen uiteindelijk hun deel. Wie wil afwijken (samenwoner laten erven, ander rentepercentage, stiefkinderen meenemen, ongelijk verdelen) heeft een testament nodig. Voor de erfbelasting maakt het overigens niet uit: of er een testament is of niet, ieder kind betaalt over de volle 133.333 euro vordering. Zie onze tarieven-pagina voor de actuele schijven en vrijstellingen.